Cinematografische labyrinten

De films van Emily Wardill (Rugby, Engeland, 1977) worden vaak omschreven als ‘briljante cinematografische labyrinten, speels en indringend tegelijkertijd’. Voor iedere film trekt ze weer een ander stijlregister open, waarmee ze op haar manier onderstreept dat vorm wel degelijk als drager van betekenis kan fungeren. Samen met curator Ian White maakte ze voor de Appel een selectie uit haar recente werk.

'Game Keepers without Game', 2009, video projection with 5.1 sound, 72’

In het 70 minuten durende ‘Game Keepers without Game’ (2009) draait het om het puberale meisje Stay, die op jonge leeftijd uit haar familie werd verstoten. Onbehendig probeert ze een gesprek te voeren met de man die ze net mee naar huis heeft weten te lokken. De man is immers haar eigen vader die haar op jonge leeftijd ter adoptie stelde. Niettemin wil hij haar een kans geven om tot de familie terug te keren. Zijn poging resulteert uiteindelijk helaas in een gewelddadige moord. Het verhaal is een hedendaagse vertaling van het 17de– eeuws Spaans toneelstuk ‘La vida es sueño’, oftewel ‘Het leven is een droom’ van Pedro Calderón de la Barca. In dit stuk sluit koning Basilius zijn zoon vlak na zijn geboorte op in een toren, nadat hij bang is gemaakt door een onheilspellende profetie.

De scène ’s spelen zich af voor een blanco achtergrond, afgewisseld met stills van objecten: de bijbehorende rekwisieten die normaliter als achtergrondmateriaal fungeren. In deze film worden ze gepresenteerd als belangrijke factor voor het verloop van het verhaal. Het is niet alleen in deze film waar dit soort schijnbaar vanzelfsprekende elementen een grotere -misschien zelfs- doorslaggevende rol hebben. Wardill lijkt in haar werk constant op zoek naar de onderliggende verbanden, naar de mysteriën en mechanismen van de menselijke communicatie die voor het blote oog vaak onzichtbaar zijn.

In ‘SEA OAK’ (2008) zien we niet eens een boom, we zien helemaal niets. Alleen een filmprojector, verlicht door een spot. In plaats van beeld draait er een soundtrack met een compilatie van interviews met onderzoekers van het Rockridge Institute in Californie, opgericht door hoogleraar taalkunde George Lakoff. Dit instituut beweert op basis van jarenlang onderzoek dat de manier waarop een thema wordt ‘geframed’ -de taal en metaforen die gebruikt worden om het te begrijpen- onze politieke overtuiging net zo veel beïnvloed als de inhoud van een bepaalde ideologie. In ‘Ben’ (2007) bevinden zich twee psychologische case studies naast elkaar: het idee van Sigmund Freud om negatieve hallucinatie -als een patiënt denkt dat een kamer vol met objecten staat maar eigenlijk leeg is- te bewijzen. Aan de andere kant de personifiëring van het gegeven paranoia in de vorm van het vreemdsoortige jongetje Ben. In een vermenging van dialogen is het ene moment een man met een dromerige stem aan het woord die allerlei rustgevende zinne