Diepzinnige oppervlakkigheid

De Amerikaanse Elizabeth Peyton (Connecticut, 1965) portretteert voornamelijk haar favoriete celebrities. De tentoonstelling ‘Live Forever: Elizabeth Peyton’ in het Bonnefantenmuseum in Maastricht presenteert het eerste retrospectief van haar werk.

'Flower Liam', 2009

‘Live Forever’ is ook de titel van een popsong waarmee de Britse popgroep Oasis begin jaren negentig wereldwijd doorbrak. Hun nieuwe gitaarpop werd bestempeld als de beste Britse sound sinds The Beatles en The Rolling Stones. Maar het was niet hun muziek waarmee ze constant de media wisten te bespelen. Mede door onderlinge strijd tussen de twee zingende broers wist de groep non stop ‘in the picture’ te staan.

Liam Gallagher, een van de voormannen, behoort tot de selecte groep cultfiguren die Peyton graag door middel van haar schilderijen het eeuwige leven bezorgt. Mensen met wie ze zich naar eigen zeggen verwant voelt en die ze bewondert. Heroïsche personages, ‘omdat ze allen op een bepaald punt in hun leven iets uitzonderlijks presteerden’.

Gehypete rocksterren als Kurt Cobain, Sid Vicious, George Harrison, Pete Doherty en Jarvis Cocker wekken haar interesse. Omstreden figuren, die door hun roekeloze leven steeds weer opnieuw de pers halen. Peyton transformeert ze in haar schilderijen tot frisse, onschuldige, bijna androgyne jongetjes. Met een afgewende blik en hun terloopse houding lijken ze roerloos verdwaald in hun eigen droomwereld. Zelfs een door alcohol en drugs getekend karakter als wijlen Kurt Cobain krijgt door de schetsmatige stijl – grote, losse penseelstreken in typerende, zachte kleuren – van Peyton  een kinderlijke onschuld die hem vrijwel onherkenbaar maakt.

Het is een stijl die sterk doet sterk denken aan die van hedendaagse modeschetsen. Uitgevoerd in sterk verdunde olieverf, op hardboard paneeltjes van A4 formaat. Zelfs het portret van een jonge Al Gore ‘Democrats are more beautiful’ (after Jonathan Horowitz (2001)), wat op de catalogus en affiches prijkt, voldoet aan dit recept. De innemende, karakteristieke portretten  van de Amerikaanse kunstenaars Matthew Barney (2008) en Georgia O’ Keeffe (2006 (naar Stieglitz, 1918)) die ze later in haar carrière maakte vormen hierop zeldzame uitzonderingen.

Peyton kwam midden jaren tachtig na haar opleiding aan de School for Visual Arts in New York terecht in een kunstklimaat wat voornamelijk werd gedomineerd door postmodernistische kunstenaars als Jeff Koons en Cindy Sherman. Ze behoorde ze tot de kleine groep jonge schilders die de figuratieve schilderkunst begin jaren negentig weer nieuw leven inblies. Bij gebrek aan een galerie presenteerde ze haar eerste tentoonstelling in het hippe Chelsea Hotel in New York, waar ze samen met haar galeriehouder twee weken lang een kamer huurde en een verzameling houtskooltekeningen van Lodewijk ΙΙ, Marie Antoinette, Queen Elizabeth en Napoleon presenteerde. Al snel daarna verving ze de houtskool voor olieverf en begon ze met portretteren van bevriende kunstenaars, popsterren en idolen als Frida Kahlo, Susan Sontag en modeontwerper Marc Jacobs.

‘Live Forever: Elizabeth Peyton’ was eind 2008 te zien in het prestigieuze New Museum in New York en afgelopen zomer in de Whitechapel Gallery in Londen. Terwijl haar werk populair is in de VS en haar werk over het algemeen goed verkoopt, is er in de kunstwereld ook behoorlijk wat scepsis over de kwaliteit van haar ‘idolen’. Haar werk zou symptomatisch zijn voor de door het uiterlijk geobsedeerde jongerencultuur. Haar Andy Warhol- achtige hang naar oppervlakkige cultfiguren neigt naar sentimentele kitsch en zou gelijk zijn aan die van een doorsnee tiener.

Daar is zeker wat voor te zeggen. En het feit dat ze zich bij de titel van haar geportretteerde beperkt tot diens voornaam werkt hierbij averechts. Het bezorgt je als kijker het wrange gevoel als een voyeur mee te kijken in het avantgardistische, ons-kent-ons wereldje van celebs, fotografen en kunstenaars, die zich exclusief aan Peyton hebben blootgegeven.

Wat je in dat geval juist van deze ‘gemaakte’ beroemdheden zou verwachten is dat er iets naar voren komt wat we nog niet kennen, wat echt is. Een persoonlijkheid die verder reikt dan de geijkte mediabeelden. Die meer verhult dan een oppervlakkig imago. Maar helaas, deze verwachting wordt maar heel mondjesmaat waargemaakt. Sterker nog, door de nogal afstandelijke, eenzijdige manier van schilderen lijken de personages met hun identieke gelaatstrekken eerder te beantwoorden aan een door Peyton zelf gecreëerd androgyn schoonheidsideaal.

 

Deze recensie is verschenen in <H>ART, #59. 03-12-09, blz. 13

 

 

Leave a Reply

Your email address will not be published.

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>