Een stap verder naar de realiteit

In een voormalige onderzeebootloods uit de jaren dertig in de haven van Rotterdam ligt sinds kort de grootste expositieruimte van Nederland verscholen. Jaarlijks wordt een internationaal befaamde kunstenaar door het Havenbedrijf Rotterdam en Museum Boijmans van Beuningen uitgenodigd een tentoonstelling in deze ruimte te maken die qua omvang vergelijkbaar is met de Turbine Hall van Tate Modern in Londen. De spits wordt met veel grandeur afgebeten door Atelier van Lieshout.

'Cradle to cradle' 2009

Over weinig kunstenaars is de laatste tijd zo veel geschreven als over het werk van de mysterieuze Rotterdammer Joep van Lieshout (1963). Van Lieshout, opgeleid aan de Academie voor Beeldende Kunsten Rotterdam en Ateliers ’63 produceert vanaf begin jaren ‘80 objecten van polyester, wat in de jaren daarna is uitgegroeid tot zijn handelsmerk. In 1995 richt hij Atelier Van Lieshout (AVL) op, waarmee hij de mythe van de individuele geniale kunstenaar omver gooit. AVL is een bedrijf van zo’n 20 medewerkers dat opereert binnen het grensvlak van kunst, design en architectuur. Opzienbarende tentoonstellingen in binnen en buitenland zijn al snel het gevolg.

‘Infernopolis’, wat zoiets betekent als ‘hellestad’, is de naam van hun allernieuwste. Dat de hel is losgebroken in de loods van bijna 5000m2, dat is een ding wat zeker is. De twee zalen zijn tot aan de nok toe gevuld met sinistere installaties en taferelen in de vorm van allerhande medische poes pas, vacuümpompen, reusachtige spermacellen en organen, toiletten in alle soorten en maten, maar bovenal: met mensen. In alle kleuren van de regenboog, groot, klein, dik en dun. Bungelend aan een touw aan de boom, met elkaar vechtend, hangend aan een vleeshaak in een slachthuis, zoenend, de ingewanden van een paard opetend, sereen zittend op een bed. Deze mensjes moeten echter niet als individuen worden beschouwd. Ze zijn allen onderdeel van een groter systeem -een thema wat voor Van Lieshout als een van zijn grote fascinaties geldt. Zoals bij voorbeeld ‘The Technocrat’ (2003-2004), bestaande uit werktuigen, bedden en destilleerketels een gesloten circuit vormt van voedsel, alcohol, uitwerpselen en energie. Met mensfiguren, liggend in stapelbedden, collectief gevoed door voedsel uit de containers.

Zelfvoorziening, macht en economie. Dat zijn over het algemeen de onderwerpen waar AVL zich mee bezig houdt, in de hoop de dieper gelegen structuur – de wetten en regels, de organisatie en codes die ons oog niet te zien krijgt- bloot te leggen. Nieuw in de tentoonstelling zijn de werken ‘Cradle to cradle’ en ‘Nieuwe culturen’, beiden in een apart gedeelte van de ruimte opgesteld. ‘Cradle to cradle’ verwijst naar een filosofie van de Amerikaan William Mc Donough. Zijn streven is vooral om zo zuinig mogelijk te verbouwen en duurzaam te handelen, zodat de generaties na ons niet met de erfenis komen te zitten. Het resultaat volgens Van Lieshout: een gehaktmolen en een slachthuis voor mensen. Op de grote witte tafels liggen de menselijke ingewanden uitgestald alsof het niets is. Aan stalen rekken hangen de mensen, doormidden gezaagd, met de voeten aan grote haken in de lucht.

Ook de ‘nieuwe culturen’ die van Lieshout voorschotelt getuigen allerminst van enig optimisme. Ze zijn het directe gevolg van overconsumptie en een minimum aan grondstoffen in de huidige samenleving, die uiteindelijk zullen leiden tot nieuwe wereldoorlogen. Uitgemergelde mensen, gesneuvelde soldaten, strijdtaferelen, een groot gevechtskanon. Op het eerste gezicht absurde beelden die bij nadere observatie niet eens zo heel ver van de realiteit staan.

Overduidelijk is dat Van Lieshout met deze nieuwe werken een andere richting is ingeslagen. Los van het feit dat er voor een serieuze (realistische?) thematiek is gekozen is het ook de nieuwe stijl die het meest in het oog springt, je keihard bij de strot grijpt en dus daadwerkelijk verrast. De mensen zien er niet meer uit als massale animatiefiguren, ze doen eerder denken aan levensechte, gedetailleerde sculpturen van marmer of brons. Ze gaan niet meer op in die massale anonimiteit die het werk van Van Lieshout lange tijd zo typeerde. Het scheelt maar heel weinig of ze krijgen daadwerkelijk een gezicht, of sterker nog, een naam.

 

Deze recensie is verschenen in <H>ART, #69. 15-07-10, blz. 22

 

 

 

 

Leave a Reply

Your email address will not be published.

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>