Waarom tekenen?

Het Stedelijk Museum Schiedam brengt de tentoonstelling ‘All About Drawing. 100 Nederlandse Kunstenaars’, een groots overzicht van Nederlandse tekenkunst na 1960. Kunstenaar en curator Arno Kramer ijvert al jaren voor de herwaardering van het genre.

Rosemin Hendriks, Z.T., 2010, houtskool, pastel en conté op papier, 152 x 134,5 cm.

 


Als het gaat om aandacht voor de tekenkunst, dan bent u zeker geen onbekende. Vanwaar deze interesse?

Arno Kramer: ‘Mijn passie voor tekenen begon al zo’n twintig jaar geleden. Ik heb in het verleden al een aantal tentoonstellingen samengesteld die gericht waren op Nederlandse tekenaars. De grootste daarvan, Into Drawing, was tussen 2005 en 2008 in verschillende steden in Europa te zien. Naar mijn idee was dat een van de weinige keren dat de Nederlandse tekenkunst de museale aandacht heeft gekregen die het verdient. Diana Wind, directeur van het Stedelijk Museum Schiedam, dacht daar hetzelfde over. Zij liep al een tijd rond met het idee om een overzicht te maken van Nederlandse tekenkunst vanaf 1945. Uiteindelijk hebben we besloten een overzicht te tonen van na 1960.’

 

Waarom vanaf 1960?

‘Vanaf dat moment beginnen de tentoonstellingen van tekeningen wat meer in opkomst te raken in Nederland. De tentoonstelling van Carel Blotkamp getiteld Lof der tekenkunst in het Van Abbemuseum in 1973 vormde een belangrijk markeringspunt. Blotkamp toonde toen puur abstract werk van kunstenaars als Armando en Carel Visser, dat ze sinds 1960 hadden gemaakt. Uiteindelijk is het voor veel meer kunstenaars een autonome praktijk geworden. Andere kunstenaars die daarin het voortouw hebben genomen zijn Frank van der Broek, Henk Visch en Marlene Dumas. Later ook Robbie Cornelissen en Jacobien de Rooij.’


Wat is de urgentie van een tentoonstelling over tekenkunst anno 2011?

‘In mijn optiek is het iets van de laatste twintig jaar dat jonge kunstenaars weer afstuderen met tekenkunst, hoewel ik moet zeggen dat daar vanuit de academies zelf weinig aandacht voor is. Ik heb zelf twintig jaar op de AKI les gegeven en geprobeerd daar een zelfstandige tekenafdeling op poten te zetten. Dat is nog steeds niet gelukt. Tegenwoordig wordt er wel onderwijs gegeven in tekenen, maar veel te weinig vanuit de traditie. Vaak hebben de docenten zelf niet eens fatsoenlijk tekenen geleerd. Ik denk dat er in Nederland veel gebeurt op het gebied van tekenen, maar dat je daar op internationaal niveau weinig van terugziet. Dat heeft ook te maken met het feit dat musea het hier allemaal niet zo serieus nemen. In heel veel gevallen worden de specialistische conservatoren wegbezuinigd. Vroeger had bijvoorbeeld het Stedelijk Museum in Amsterdam een tekeningenconservator in dienst, en er waren prentenkabinetten waar tekeningen werden getoond. Dat bestaat simpelweg niet meer.’

 

Hoe zijn jullie precies te werk gegaan bij de selectie van kunstenaars voor de tentoonstelling?

‘Het is absoluut niet ons doel geweest om de grenzen van het tekenen op te zoeken. Het is werk op papier. Dat is de regel. Een ets of litho valt daar niet onder, maar er zijn wel enkele collages opgenomen. In principe wilden we werk tonen van kunstenaars die wij zien als sleutelfiguren binnen de ontwikkeling van de tekenkunst. Maar daarnaast hebben we ook onze nek uitgestoken en gekeken naar de jongere generatie kunstenaars. Rik Smits is bijvoorbeeld pas vorig jaar afgestudeerd. En ook Sebastiaan Schlicher en Ben Kruisdijk komen net van de academie. Dat zijn jonge kunstenaars die gewoon willen tekenen.’


Honderd tekeningen, zonder verbindende factor. Is dat niet wat veel?

‘Ik vind het wel verantwoord dat er zo veel werk wordt getoond. Natuurlijk zit er verschil in qua kwaliteit, maar ieder werk is op zijn eigen manier interessant voor het overzicht. Dat is uiteindelijk belangrijker dan mijn persoonlijke voorkeur. Toen ik bezig was met de samenstelling van Into Drawing kon ik amper tekenaars vinden die abstract werk maakten. Nu zijn ze er wel. Dat zijn interessante ontwikkelingen die bij dit overzicht duidelijk naar voren komen. Verder wilden we ook beslist outsider kunstenaars als Jeroen Pomp en Willem van Genk benaderen. Dat is de breedte die we beogen.’

 

All About Drawing. 100 Nederlandse Kunstenaars

Stedelijk Museum Schiedam

24 april t/m 28 augustus

 

Dit interview is verschenen in Metropolis M, #2 april/mei 2011