Optische vermoeidheid

'Eingang', 2010

Bij het verlaten van de grote zaal van het GEM vraagt een suppoost mij met opgewonden stem of ik alles wel écht gezien heb. Hij neemt me mee naar een schilderij waarop het verdwijnpunt zich ogenschijnlijk in het midden van de compositie bevindt. Althans, zo lijkt het. Verrukt laat hij mij zien dat dit punt puur afhangt van welke kant je het werk bekijkt. Ga je dichtbij aan de rechterkant van het schilderij staan, dan bevindt het perspectivische eindpunt zich aan die zijde, en zo ook andersom. Een optisch trucje wat bij het overgrote deel van de schilderijen in deze tentoonstelling werkt. Puur gebaseerd op een wiskundige methode die keer op keer wordt toegepast. De Duitse kunstenaar David Schnell (Bergisch Gladbach, 1971) lijkt er geen genoeg van te krijgen.

Gecontroleerde wildgroei, zo zou je de schilderijen van Schnell het beste kunnen typeren. Een wereld waarin alles enerzijds compleet door het gevoel en het lot wordt bepaald, maar waar tegelijkertijd ieder spatje verf en elke streep onderdeel lijkt van het grotere, kloppende geheel. Een weemoedige sfeer die wordt omarmd door ijskoude wiskundige berekeningen. Het blijft een merkwaardige combinatie. Verdwaalde bomen en woekerende planten lijken te verwijzen naar vervlogen tijden of de weemoed naar de natuur, zoals de Duitse romantici deze verbeeldden. Oneindige traptreden leiden naar een ongekende wereld. Of een wereld die geweest is, maar nu niet meer is en nooit meer zal zijn. Naar plekken waar de natuur ooit domineerde maar waar de mens nu langzamerhand de overhand krijgt. De ronddolende huisjes lijken daarvoor het bewijs te leveren. Het zijn elementen die romantisch aandoen, maar die tegelijkertijd teniet worden gedaan door het overheersende lijnenspel waarbinnen ze verschijnen. Lijnen die op een bijna agressieve manier zo snel mogelijk recht op hun eindpunt af lijken te streven. Zelfs op de schilderijen met een doorslaggevende kleur (‘Blau’, ‘Gelb’, ‘Grün’, en ‘Pink’ ( 2010)), waar voornamelijk streepjes in de vorm van kleine plantjes het beeld domineren is het centrum van de compositie en dus de perspectivische wetmatigheid duidelijk dwingend aanwezig.

Op zich is daar niets mis mee, zei het niet dat na het zien van twintig van deze constructies er een niet te stillen honger ontstaat naar meer. Maar wat dit meer dan precies inhoudt is moeilijk te omschrijven. Meer inhoud of diepgang? Meer narratief? Of misschien wel meer spontaniteit. Schnell maakt zijn schilderijen met zoveel beheersing en wiskundige precisie dat er helemaal niets meer aan het toeval wordt overgelaten. En dat heeft nogal eens een benauwend effect. Aan de andere kant is zijn werk juist daardoor ook wel weer heel erg van nu, en zouden zijn beklemmende schilderijen makkelijk beschouwd kunnen worden als een hedendaagse variant op de Romantiek.

De kabinetten op de benedenverdieping zijn voor de gelegenheid ingericht met zeefdrukken, grafiek en linoleumsned