Kleine meesterwerkjes

Toen de schaker Boris Spassky tijdens het eerste Wereldkampioenschap schaken de Koningsgambiet -de gewaagde, bijna suïcidale openingszet waarmee je de positie van de koning meteen blootlegt- gebruikte om Bobby Fischer te overmeesteren, verliet deze huilend het podium. Vervolgens schreef Fisher een boek over hoe deze openingszet te verslaan. Het boek was zo overtuigend dat niemand deze zet ooit nog durfde te spelen.

'Nummer twaalf', 2009

De Koningsgambiet heeft een prominente rol in Guido Van der Werve’s nieuwste film ‘Nummer twaalf’ (2009, (afb. 1). Eén van de drie films die tijdens zijn solotentoonstelling ‘Minor Pieces’ in De Hallen in Haarlem worden vertoond. Net als bij een schaakspel is de film opgebouwd uit een opening, het middenspel en een eindspel. Door middel van een zelf gebouwde schaakpiano, een schaakbord waarbij iedere toets tegelijkertijd fungeert als pianoklank, ontstaat bij ieder potje schaak spontaan een nieuwe compositie. De filmmuziek wordt dus letterlijk geproduceerd tijdens het spel tussen Van der Werve en zijn tegenstander, wat zich in het eerste gedeelte afspeelt in de legendarische Marshall Chess Club in New York. In het tweede deel zien we de kunstenaar dwars door de ongerepte natuur over gigantische rotspartijen naar boven klauteren, tot aan het punt waar hij ongestoord de sterren aan de hemel kan tellen. Ook in het laatste gedeelte bevindt hij zich te midden van de sublieme schoonheid van de natuur, met op de achtergrond dit keer de houterige klanken van een piano die wordt gestemd. Stuk voor stuk zijn het oneindige vraagstukken die niemand van ons ooit op zou kunnen lossen. Zoals ook in de ondertitel staat beschreven: ‘Variations on a theme. The king’s gambit accepted, the number of stars in the sky, and why piano can’t be tuned, or waiting for an earthquake’. Dat deze scènes zich afspelen op de actieve vulkaan Mount St. Helens en de San Andreas breuklijn in Californië benadrukt maar weer de onderdanige rol van de mens binnen de alles overheersende wetten van de natuur.

Op een hedendaagse manier gaat Van der Werve terug naar de Romantiek, als ‘romantische’ auteur die uiting geeft aan zijn persoonlijke beleving en onbereikbare verlangens. Maar tegelijkertijd speelt hij met de keerzijde ervan. Dit balanceren tussen fatalisme, zelfdestructie, onmacht en melancholie is ook in veel van zijn vroegere films terug te vinden. ‘Just because I’m standing here, doesn’t mean i want to’ is de veelzeggende ondertitel van het drie minuten durende ‘Nummer twee’ (2003). Nadat Van der Werve zich bruut laat aanreiden door een auto springen beeldschone ballerina’s uit een busje die vervolgens een dansje doen. Voor zijn performance ‘The day i didn’t turn with the World’ (2008) weigerde de eigenwijze kunstenaar even mee te draaien met de rest van de wereld en stond hij 24 uur lang in de stervende kou op de as van de Noordpool. Maar het beste komt deze rol van de mens als eenzame, nietige figuur tot uiting in het prachtige ‘Everything is going to be allright’ (2007), waarin de kunstenaar rustig over het ijs van de Noordpool wandelt, terwijl vlak achter hem een gigantische ijsbreker de weg openbreekt.

Hoewel Van der Werve oorspronkelijk uit de performancehoek komt –in een van zijn eerste video- werken bootste hij de loopbewegingen van een duif na door middel van een zelf gefabriceerde houten constructie- heeft hij sinds zijn afstuderen aan de Gerrit Rietveld Academie voornamelijk films geproduceerd. Stuk voor stuk groots opgezette producties, waarvan het  eindresultaat op een wonderbaarlijke wijze klein en kwetsbaar blijft.

Opvallend in de drie films in De Hallen is de overheersende aanwezigheid van de piano. In ‘Nummer zes, Steinway grand piano. Wake me up to go to sleep and all the colors of the rainbow’ (2006 (afb. 2) droomt Van der Werve ervan om een Steinway te bespelen. Vervolgens zien we hoe het gigantische bakbeest zijn huis in wordt getakeld en hoe hij deze bespeelt in gezelschap van een klein orkest wat in zijn huis is neergestreken. De vleugel wordt vervolgens weer het huis uit gehesen, omdat de arme ziel niet genoeg geld heeft om de Steinway daadwerkelijk te kopen. Wederom nestelt de kunstenaar zich in de rol van gemankeerd genie met een ontembare neiging tot het onbereikbare. Een rol die hem zeer goed afgaat en die hem uiteindelijk zelfs, hoe ironisch het ook mag klinken, kleine meesterwerkjes oplevert.

Deze recensie is verschenen in <H>ART.

 

Leave a Reply

Your email address will not be published.

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>