Portretten met een dubbele kant

De Amerikaan George Condo (1957) is eigenlijk een beetje een vreemde eend in de kunstwereld. Zijn flamboyante schilderijen van absurdistische, monsterlijke karakters hebben een bijzonder hoog ‘love it, or hate it’ gehalte. Hoewel zijn werk in Europa nog maar mondjesmaat te zien is geweest -het bevindt zich voornamelijk in privé collecties- wordt hij in Amerika op handen gedragen en in één adem genoemd met schilders als Jean-Michel Basquiat en Keith Haring. Het Boijmans van Beuningen komt deze zomer met een groots ‘mid-career’ overzicht van zijn werk.

'Uncle Joe', 2005 Olie op canvas 134.6 x 116.8 Privé-collectie, Courtesy Simon Lee Gallery © George Condo

'Uncle Joe', 2005 Olie op canvas 134.6 x 116.8 Privé-collectie, Courtesy Simon Lee Gallery © George Condo

De titel van deze tentoonstelling luidt ‘Mental States’. Een verwijzing naar de gemoedstoestand waarin de personages in de schilderijen zich bevinden?

‘De titel verwijst naar verschillende states of mind. Zowel naar die van de toeschouwer op het moment dat deze de schilderijen onder ogen krijgt, als de verschillende gemoedstoestanden waar het subject van het schilderij zelf in verkeert. Binnen de portretkunst heb je verschillende ‘emotionele rangen’, iets wat in de westerse traditie ook wel de ‘pathos’ wordt genoemd. Aan de ene kant heb je de buitenbeentjes van de maatschappij, de left-overs. Aan de andere kant, in de andere zaal, zien we het tegenovergestelde: de manische kant. Deze verschillende toestanden worden vaak door eenzelfde persoon uitgebeeld. Zo zien we een personage als Uncle Joe eerst als een succesvolle zakenman. Veel mensen in Amerika vestigen hun hoop op deze mensen die in hun ogen de economische malaise zouden kunnen bestrijden. Maar uiteindelijk zijn dit juist de personen die verantwoordelijk zijn voor dit probleem. Zakenmannen als Uncle Joe representeren juist die extatische, oversekste waanzin die de hedendaagse maatschappij lijkt te domineren. Aan de andere kant is daar dan de flip side, de andere kant van de medaille. Uncle Joe is niet meer de succesvolle zakenman die we graag willen zien, maar een gefaalde versie daarvan. Hij is zijn dure pak kwijt geraakt en bevindt zich aan de onderrand van de samenleving. De Franse politicus Dominique Strauss-Kahn is een perfect voorbeeld van een typische Uncle Joe. Een duidelijk geval van power leading to mania.’

Op welke manier verhoudt uw werk zich tot de traditionele portretkunst?

Uiteindelijk leidt al mijn werk altijd tot de verdieping van de portretkunst, terwijl de personages in mijn schilderijen vrijwel nooit echt bestaan. Op een enkele uitzonderingen na dan. Kunstenaar Maurizio Catelan vroeg mij tijdens een interview of ik voor de Tate Modern in Londen een portret van de Britse koningin wilde maken. Ik schilderde haar op de manier hoe ik haar zou willen zien, als koningin. Een minder statische versie van hoe ze nu over het algemeen wordt afgebeeld. Het eindresultaat was helemaal niet disrespectvol, maar humoristisch bedoeld. Desalniettemin kreeg ik van de pers de volle laag. Ze vonden dat ze er uit zag als een cabbage patch queen. Als het er precies zo uit had gezien als haar, had niemand het interessant gevonden. Uiteindelijk begrepen ze geloof ik wel dat ik het helemaal niet zo negatief had bedoeld. Het publiek heeft een bepaalde verwachting van hoe iets zou moeten zijn. Zoals een man die met zijn zwembroek het zwembad in springt en er dan tot zijn stomme verbazing pas achter komt dat er geen water in zit. Hij heeft een beeld in zijn hoofd van iets, wat uiteindelijk iets anders blijkt te zijn. Ik vind het leuk om op die manier te denken en zo mijn werk te maken. Alle verwachtingen van mensen moeten worden vernietigd om goede kunst te maken. Daarvoor in de plaats moet je een nieuwe wereld voor de toeschouwer creëren. Ik speel vaak met het idee van hoe een specifiek personage er uit hoort te zien in onze maatschappij. Een romantische dichter, een priester, een zakenman. Of Jezus, die komt ook voorbij. Met een rood hoofd en sprieterig, blauw haar. Daarbij laat ik me rijkelijk beïnvloeden door oude stijlen. Mijn schilderijen lijken op geen enkele manier op werk uit de jaren ’80. Ik heb de taal van schilders als Picasso en Matisse aangegrepen op het moment dat iedereen zich juist tegen de 19de eeuwse schilderkunst keerde. Ook elementen uit de klassieke, Nederlandse portretkunst gebruik ik met veel plezier. Wat dat betreft heb ik altijd mijn eigen koers gevaard.

Je hebt ooit gezegd dat de personages in je schilderijen de ‘antipodal beings’ representeren uit een verhaal van Aldous Huxley?

In het boek ‘The doors of perception’ (1954) beweert Huxley dat binnen in je hoofd een groep personages een geheel eigen, onafhankelijk leven leidt. Kunstenaars komen tijdens hun creatieve proces in ontmoeting met deze karakters, die puur bestaan in de visuele fantasie. In principe is alles mogelijk, net als in een droom. Huxley noemt voorbeelden van deze personages in schilderijen van Bosch en Breugel. Uiteindelijk komen ze alleen maar tot leven in schilderijen, niet in het ‘echte’ leven. De personages in mijn schilderijen hebben altijd een expressie in hun gezicht die ergens tussen een glimlach en een schreeuw balanceert. Een reflectie van het constante conflict met de stemmen in je hoofd. Stemmen die op het eerste gezicht onzichtbaar zijn, maar daarom niet minder aanwezig.

In de tentoonstelling is ook een groep abstracte schilderijen opgenomen. Welke rol nemen deze werken in binnen deze theorie?

De abstracte schilderijen hebben meer te maken met het innerlijk van de schilder zelf. Over de gedachten en gevoelens die horen bij het creatieve proces. Eigenlijk vormen ze een perfecte combinatie met de portretten, die tonen hoe het personage er van buiten uit ziet. De expressieve, abstracte vormen laten zien wat er in zijn hoofd speelt. Samen representeren ze voor mij de absolute schilderkunst.

Dit interview is verschene in <H>ART, # 84, blz. 6

Leave a Reply

Your email address will not be published.

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>