RijksakademieOpen 2011 – Michiel Ceulers

Abstracte schilders zijn dit jaar dun gezaaid op de Rijksakademie. Een prettige uitzondering is de jonge Belg Michiel Ceulers (1986, Waregem). Je zou zijn werk bijna een nieuwe naam willen geven, iets als ‘neo’ of ‘hardcore’ abstract. Want wat is dat eigenlijk nog anno 2011, abstract? “Tegenwoordig zit er geen ideologie meer achter, juist dat vind ik interessant.”

Zelfbewust en zeker van zijn zaak stapt Michiel Ceulers zijn atelier binnen. Ik heb ervoor gekozen hem wat vragen te stellen. Dat was aanvankelijk niet de bedoeling, maar een droge omschrijving van dit werk alleen zou niet werken. Daarvoor is het net iets te ontoegankelijk, en bovendien zeer uiteenlopend wat betreft vorm en kleurgebruik. Variërend van duizelingwekkende diagonale strepen, tot monotone kleurvlakken die slordig over elkaar heen zijn geschilderd.

Ceulers, keurig gekleed in kobaltblauwe smoking en prachtig glanzende schoenen, laat me een uitnodiging zien voor zijn nieuwe tentoonstelling in de Antwerpse galerie Maes & Matthys. De foto toont een tatoeage op zijn bil: het poppetje Wally met rood zwart gestreepte trui, die je vroeger als kind uit dichtbevolkte plaatjes moest zien te vissen. “Ik zag ooit een aflevering van The Simpsons, waarin Wally een kleine rol speelt. Op een foto staat hij plotseling helemaal alleen op het strand. ‘Man, he’s not even trying anymore!’ is het commentaar van Bart Simpson. Ik heb een werk in de show vrijwel dezelfde titel gegeven: Sometimes it feels like we’re not even trying anymore. Een verwijzing naar mijn werk, waarin het figuratieve als een echo terugkomt. De strepen in Wally’s trui vormden daarbij een inspiratiebron.”

Zo kijkend naar Ceulers’ werk zijn het vooral de strepen die terugkomen: een figuur als Wally is niet welkom in de strenge abstracte vormentaal die hij over het algemeen hanteert. Zijn leeftijd in acht nemend – 24 lentes jong – moeten we concluderen dat het hier gaat om een nieuwe uitvinding van dat wat ooit abstracte schilderkunst werd genoemd. Ceulers kan dit alleen maar beamen. “De abstractie in mijn werk is niet meer ontstaan vanuit een ideologie, of vanuit een strenge politieke of filosofische overtuiging. Je kunt gewoon een paar vegen op een doek zetten en het is ‘abstract.’

Maar wat is dat anno 2011? Niet het zwarte vierkant van Malevich, die de wereld om hem heen abstraheerde om zo een utopische taal te creëren. Voor die mensen was abstractie een vorm van religie. Een way of life. Tegenwoordig zit er geen ideologie meer achter, juist dat vind ik interessant. Die tegenstrijd: het geeft vrijheid, het is radicaal, maar ook weer helemaal niet. Ik geloof erin, maar het is heel moeilijk om er een statement over te formuleren. Eigenlijk is dat er gewoon niet. Dat kan ook een statement zijn.”

Op vrijwel ieder schilderij zijn resten zichtbaar die zijn werkwijze lijken te verraden. Twee daarvan zijn op dezelfde manier tot stand gekomen. Eerst spuit hij spraypaint op het doek, waar vervolgens met tape een raster op wordt gelegd. Zo ontstaat het negatief, dat hij vervolgens bedekt met witte olieverf. Als het droog is worden sommige delen met een paletmes weg geschraapt. “Ik heb te maken met een raster, oftewel een mathematisch probleem. Hierbij gaat het me niet om de expressie. Je kunt het vergelijken met een ets. Het is een afruk van een procedé, niet van een gevoel.”

Oké, misschien geen gevoel, maar dan wel esthetiek? “Herhaling is altijd esthetiek, zoals Duchamp ooit zei. Als je stront herhaalt ontstaat er ook esthetiek. Maar dat is niet mijn uitgangspunt. Voor mij ligt de bevrediging meer in de strijd met het materiaal. Dat er ergens iets begint te wringen. Iets wat weerstand oproept in mijn lichaam, omdat ik me afvraag wat dat dan precies is. Die weerzin, dat is voor mij persoonlijk de esthetiek.”

JE SUIS LÀ, zo luidt de titel van zijn tweede soloshow in Antwerpen – een verwijzing naar het fortuinlijke moment waarop je Wally tussen de massa ontwaart. Op een schilderij staat het met grote, speelse blokletters geschreven. Het is een van de zeldzame werken waarop daadwerkelijk letters prijken. In zijn atelier in Amsterdam hangt een andere versie: ADIEU AMSTERDAM. Eenzaam hangt het werk aan een stukje muur aan de raamkant.

“De letters zijn banaal en stompzinnig. Abstract werk vergt een bepaalde serieusheid. Misschien dat ik hier heb geprobeerd om wat meer evenwicht en nuchterheid te creëren. Als we de Rijksakademie verlaten, moeten we een werk doneren. Ik wil graag dit werk afstaan als een afscheidspresentje. Eigenlijk is het een hele slechte grap. Je moet het zien als een poster met een aankondiging van iets, niet meer dan dat.”

 

Dit interview is verschenen op www.tubelight.nl

Leave a Reply

Your email address will not be published.

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>