Gekkenwerk

Eigenlijk is het gewoon gekkenwerk. Iemand die aan een tafel zit en zich laat belagen door een genadeloze zwerm bijen. Zijn ogen beginnen te kriebelen, het wit van zijn huid verdwijnt langzaam onder de krioelende beestjes. Als een inktvlek verspreiden ze zich over zijn lichaam. De blik in zijn ogen is geconcentreerd, hoogstens lichtelijk geïrriteerd. Het was immers de kunstenaars eigen keuze om de oneindige strijd aan te gaan met de natuur, die hem bijna fataal werd. Aan het eind van de opname moest hij met spoed naar het ziekenhuis, bedwelmd door alle bijensteken.

Jeroen Eisinga, ‘Springtime’, 2010-2011, 35 mm film overgezet op HD

Jeroen Eisinga, ‘Springtime’, 2010-2011, 35 mm film overgezet op HD

‘Springtime’, de titel van dit memorabele videowerk is tevens de naam van de nieuwe solotentoonstelling van Jeroen Eisinga (1966, Delft). Momenteel te zien in Stedelijk Museum Schiedam. Het is de meest recente film die Eisinga afleverde. Na een grootse start van zijn carrière in Nederland -in 1996 won hij al de Prix de Rome- vertrok hij naar de VS om een vervolgopleiding scenarioschrijven aan The American Film Institute in Los Angeles te volgen. Wat hij daarna maakte, of wat in ieder geval aan het grote publiek is getoond, dateert uit 2002. Dat werk, ‘Sehnsucht’, was ook al zo’n prachtige registratie van een stervende zebra die langzaam zijn laatste adem uitblaast, totdat er niets meer rest dan een leeg omhulsel van wat ooit een dier was. Ook in een video uit 1997 (‘Arm schaap’) is een uitgeput schaap te zien die op zijn rug zijn laatste adem lijkt uit te blazen, terwijl op de achtergrond een typisch Hollandse Intercity langs raast.

In deze twee video’s zijn het nog de dieren die te zwak zijn om hun leven voort te zetten, maar uiteindelijk is het de mens zelf die constant faalt. Of toch niet? Dit conflict met de natuur lijkt Eisinga compleet in zijn greep te houden. Een constante spanning tussen ambitie en onvermogen, waarbij hij zich sterk geroepen lijkt te voelen zijn fysieke weerbaarheid te toetsen in een overweldigende wereld. Het ervaren van de ultieme schoonheid van het leven wat altijd gepaard lijkt te gaan met onmacht en gevaar. Kunstrecensent Hans den Hartog Jager schreef er onlangs een boek over, waarin hij deze terugkeer van het ‘sublieme’ in de hedendaagse kunst relateert aan het werk van kunstenaars als Guido van der Werve en Bas Jan Ader.

De hoofdrol is hierbij vrijwel altijd weggelegd voor de kunstenaar zelf. In het vroege werk uit 1993 ‘40-44-PG’ bijvoorbeeld, wat verwijst naar het kenteken van een rode Volkswagen Kever die verloren rondjes baant over een parkeerplaats. Eisinga zelf is ook verloren. Geblinddoekt loopt hij in de richting van het geluid van de auto. Constant de grenzen van het gevaar aftastend.

Gelukkig behoudt Eisinga hierbij altijd zijn nuchtere kijk op de zaak, misschien uiteindelijk wel zijn grootste kracht. Een titel als ‘Het belangrijkste moment