Amerikaanse ironie

Zelfverzekerd en een tikkeltje arrogant poseren ze voor de camera. Moeder en dochter, beiden gekleed in trainingspak in lichte tint, de haren in de lak, dikke laag make-up op het gezicht. Een vrouw op leeftijd buigt verleidelijk over een ontbijttafel in haar fluoriserende sportpakje. ‘A Woman at Home in Malibu after excercising. California, August 1988’ staat er onder de foto geschreven. Het is duidelijk: dit is Amerika.

Mclean, Virginia, 1978 C Sternfeld and Luhring Augustine, New York

Mclean, Virginia, 1978 C Sternfeld and Luhring Augustine, New York

Joel Sternfeld (1944, New York) legt het al bijna veertig jaar vast op de gevoelige plaat. De mensen, het landschap wat ze bewonen, de ironie. Situaties die net zo absurd als doodnormaal zijn. Het is de grens die Sternfeld constant aftast. Want wanneer is iets eigenlijk normaal? Of absurd? Op een van zijn beroemdste foto’s twijfelt een brandweerman welke pompoen hij aan moet schaffen, terwijl op de achtergrond een houten huis plat geblust wordt door zijn collega’s. Het onderwerp is nog niet eens het meest merkwaardige, maar vooral de manier waarop de oranje kleuren van de pompoenen aansluiten bij het woekerende vuur op de achtergrond. Alles lijkt te kloppen op deze foto, die niet eens in scene is gezet. Zo lijkt het ook op een intrigerende registratie van het moment dat de raket Columbia wordt gelanceerd in het Texaanse San Antonio. Vanaf de zijlijn kijk je mee, samen met een man die op de voorgrond het gebeuren van een afstand gadeslaat. De foto’s zijn afkomstig uit de befaamde ‘American Prospects’ serie, die Sternfeld tijdens een lange reis (tussen 1979 en 1983) door de Verenigde Staten maakte. Tevens zijn ze onderdeel van een groot overzicht van Sternfelds werk in het FOAM.

Sternfeld was in de zeventiger jaren samen met geestverwanten William Eggleston en Stephen Shore een van de grote pioniers in de ontwikkeling van de kleurenfotografie. Sterk beïnvloed door de kleurenleer van Bauhaus. Voor het eerst is een grote serie foto’s te zien die de New Yorker aan het begin van zijn carrière in de jaren zeventig schoot. Met een kleinbeeldcamera legde hij het dagelijks leven op de straten van grote steden als New York en Chicago vast. Maar dan wel met een subtiel oog voor surrealisme. Hippe personages in blauwe Cadillac en bijpassende zonnebril scheuren langs de onopgemerkte camera. De mensen zijn druk in de weer, op weg ergens heen, kijken geïrriteerd in de lens, of lijken de camera niet op te merken. Het zijn karakteristieke beelden van het grootstedelijke leven in de jaren ’70. Een leven wat steeds meer lijkt te verzanden in de anonimiteit. Ook in zijn latere serie ‘Stranger Passing’ (1987-2000) concentreerde Sternfeld zich op mensen. De geportretteerden krijgen dit keer meer aandacht: er lijkt te zijn nagedacht over de compositie en het verhaal achter de persoon.

Ingewikkelder wordt het als Sternfeld zich om de wereld gaat bekommeren, als zijn werk een wat geforceerde politieke inslag krijgt. Zo fotogr