De ‘madness’ die eronder zit

‘Divided Divided’, zo luidt de nieuwe tentoonstelling van kunstenaar/wetenschapper Carsten Höller (Brussel, 1961) in het Rotterdamse Museum Boijmans van Beuningen. Wie hem al langer volgt zal bij deze titel snel een link leggen met zijn eerdere werk, aangezien het begrip verdeling al vaak een belangrijke rol speelde.

'Giant tripple mushrooms', 2010

Tijdens de tentoonstelling ‘One Day One Day’ in Färgfabriken in Stockholm (2003) bijvoorbeeld, waar hij twee verschillende werken op willekeurige dagen tentoonstelde, zonder het publiek hiervan op de hoogte te brengen. Of op de Documenta X in Kassel, waar hij in 1997 een levensechte re-enactment van George Orwell’s ‘Animal Farm’ construeerde.

Zijn ‘House for Pigs and People’ (wat hij maakte samen met zijn partner Rosemarie Trockel) bestond uit een betonnen constructie met aan de ene kant een groep varkens, aan de andere kant het publiek. Subtiel gescheiden door een klein glazen wandje. In de kelder van een warenhuis in Londen draaide zes maanden lang onder leiding van Höller ‘The Double Club’. Een bi- culturele bar, restaurant, en nachtclub, met aan de ene kant de Westerse versie en aan de andere kant de andere variant uit Congo. Weliswaar binnen elkaars zicht en gehoorsafstand, maar van elkaar gescheiden door een onzichtbare demarcatielijn, stonden de twee culturen recht tegenover elkaar.

Maar bij het horen van de naam Höller verschijnen er ook andere beelden op het netvlies, die hem uiteindelijk het imago bezorgde van pretkunstenaar. Zoals de gigantische glijbanen die hij maakte, waarvan de bekendste in de Turbine Hall van het Londense Tate Modern (‘Test Site’, 2006-2007). Of zijn ‘ervaringskunst’, waarmee hij in het Centraal Museum in Utrecht de bezoekers geluk liet ervaren door het betreden van een baarmoederhut, of door middel van een aquarium waar je je hoofd in kon steken (‘Geluk/Gluck, 1996). Als Carsten is hij inmiddels al twintig jaar succesvol autodidact kunstenaar, die leeft en werkt in het Zweedse Stockholm. Tegelijkertijd is er ook nog een ander persoon: Karsten de wetenschapper, gepromoveerd in de entomologie -de tak in de zoölogie die zich bezighoudt met de studie van insecten. Iemand die uren lang kan praten over de merkwaardige nutteloosheid van een paddenstoel, of over het feit dat je een vierkant oneindig in tweeën kan delen. Een gesprek met beiden.

 

Deze tentoonstelling draagt de titel Divided Divided. Kunt u dit misschien nader toelichten?

‘Alle werken zijn gezamenlijk terug te brengen tot één wiskundige formule die denk ik het beste te omschrijven is als je uitgaat van het schilderij dat hier aan de muur hangt. Hierop zie je een vierkant dat zich steeds vereenvoudigd. Het vierkant verdeelt zich in twee helften, en nog eens, en nog eens. Tot aan infinity. In principe vormt deze wiskundige formule de basis voor deze gehele tentoonstelling, zodat er sprake is van een ‘totaalkunstwerk’. De muren van het achterste gedeelte van de zaal zijn in rode vlakken verdeeld, die steeds vereenvoudigd worden door de toevoeging van 50 % wit. Ook de vlakken op het rasterplafond wat begint met 100 % duisternis, worden als het ware vereenvoudigd door de toevoeging van steeds 50 % licht. De plattegrond van de zalen, de zorgvuldig gekozen plek van de werken, de muurschildering. Alles wat zich afspeelt in de ruime, met daglicht overgoten ruimte van de Bodon zaal van het Boijmans is voor een paar maanden te herleiden tot dit basale principe, alleen soms is het niet gelijk zichtbaar hoe of op welke manier.’

‘Singing Canaries Mobile’ (2009)

 

Als we ons omdraaien zien we een Alexander Calder -achtige constructie met zes vogelkooien een het plafond hangen, de ‘Singing Canaries Mobile’ (2009). Op welke manier refereren deze aan dit wiskundige principe?

‘De bovenste twee lijnen, die de constructie van de mobile vormen, splitsen zich op in vier. In de kooien zitten verschillende soorten kanaries. Zo hebben we de Timbrado Español, die zingen heel luid en zijn erg mooi. Daarnaast zijn er de Belgische Waterslagers, en de Hazers, uit Holland. Het zijn allemaal mannetjes, uitverkoren vanwege hun geweldige zangkwaliteiten. Zij representeren de verdeling van de menselijke genen. Een vader en moeder krijgen een kind, waarvan de genen 50/50 zijn verdeeld. Het kind krijgt weer kinderen die 25% van de genen van desbetreffende ouders draagt, en ga zo maar door. Daarmee wil ik echter niet zeggen dat deze tentoonstelling over genetica gaat, in tegendeel. Uiteindelijk gaat het erom dat als je maar blijft vereenvoudigen, je eindigt in oneindigheid.

Er is veel te vertellen over kanaries. Het zijn hele bijzondere vogels, moet je weten. De Hazers werden vroeger gebruikt in de mijnen. Als er gas uit de mijnen kwam dan stierf het arme beestje. Op deze manier wisten de mijnwerkers dat ze de mijn moesten verlaten. De eerste zangkanaries werden gefokt in Imst, een klein plaatsje in Oost- Duitsland, waar nu een museum is. Daar behielden ze lange tijd het alleenrecht om deze vogel te fokken, door alleen de mannetjes in leven te houden. Dat is lange tijd goed gegaan. Deze kanaries zijn 100 % selectief gekweekt, puur basis van de zangkwaliteit. In het wild hebben deze soorten nooit bestaan. Het is een beetje een tegenstelling dat er zingende kanaries in de kooien van deze kille ‘wiskundige’ constructie zitten. Het zingen van de kanaries zou je kunnen zien als een tegenhanger van dit rationele principe. Jezelf uiten op zo’n mooie, niet rationele manier, zie ik als een vorm van kunst. Als een soort romantische tegenhanger van wiskundige principes. Als iets wat niks te maken heeft met logica, maar met iets anders.’

 

Zou u dat ‘andere’ wat specifieker kunnen omschrijven?

‘Het was niet mijn bedoeling om hier een site- specifieke tentoonstelling van te maken. Maar ik heb wel getracht om de bestaande structuur als het ware te doorbreken en een andere ervoor in de plaats te zetten. Ik wilde reflecteren op de bestaande ruimte, maar tegelijkertijd onder de structuur graven. Die zoektocht zit verscholen achter al het werk op deze tentoonstelling. Zoals ook in het ‘Geschirr der fliegenden Stadt.’ (2010), een installatie van porseleinen borden, die met een slinger aan een hendel gaan draaien en zo de mooiste kleuren krijgen, die bij stilstand met het blote oog niet te zien zijn. Het gaat mij om de madness die eronder zit. Hoe is het om een mens te zijn? Hoe gaan we om met de wetenschap dat we een bewustzijn hebben? Om dit te bevatten hebben wij mensen een soort logische gebruiksstructuur gecreëerd die ons bestaan definieert. Maar er is ook een andere manier om naar de wereld om ons heen te kijken. Naar mijn idee is het beter als er ook een andere waarheid is.’

 

Midden in de zaal, op de kruising van de assen, staan de ‘Giant Tripple Mushrooms’ (2009-2010). Een groep gigantische paddenstoelen. Het is niet de eerste keer dat paddenstoelen, en dan met name de vliegenzwam, in uw werk te vinden zijn. Vanwaar deze fascinatie?

De paddenstoelen zijn voor de helft vliegenzwam, voor de andere helft een stinkzwam, een giftige satansboleet en een inktzware trompettenboleet. Deze andere soorten zijn willekeurig gekozen. De omvang heeft een vreemd effect op je menselijke perceptie. Ik wilde met de paddenstoelen refereren aan sprookjes als ‘Alice in Wonderland’. Vruchten hebben een reden, ze moeten gegeten worden, ze smaken goed, zodat de zaden verspreid worden. Paddenstoelen daarentegen hebben geen enkel logisch nut voor de natuur. Waarom zijn ze er dan? Zoiets fascineert mij enorm.

 

Voordat u kunstenaar werd ben je gepromoveerd in de entomologie. Wat heeft ertoe geleid dat u uiteindelijk de kunsten in bent gegaan?

Dat heeft denk ik te maken met twee helften van mijn ziel. Ik moet eerst een wetenschapper zijn om een artiest te kunnen worden, niet andersom. De wetenschap staat me toe om autodidact kunstenaar te zijn, wetenschappelijk onderzoek doe ik vandaag de dag alleen nog met mezelf. Maar de expositie is uiteindelijk juist erg onwetenschappelijk. Mensen hoeven geen metingen te doen. Het gaat juist om er vandaan te komen, om de escape. Het moet geen objectief verhaal worden, het gaat meer om de totaalervaring, die alle wetenschap ontstijgt.

 

Vertel eens wat meer over de ‘Revolving Hotel Room’?

Voor 275 tot 450 euro per nacht kun je als bezoeker gebruik maken van deze exclusieve hotelkamer. Dan heb je het museum voor je alleen en mag je een nacht lang gebruik maken van een chique tweepersoonsbed, compleet met minibar, bad in de kelder, een gedekte tafel in de espressobar en een privé butler. Het bed, het bureau en de minbar staan op glazen plateaus die ieder op eigen snelheid ronddraaien. In de kamer moet je jezelf constant dispositieneren want alles tussen het plafond en jezelf is non-stop in verandering. Als kunstenaar en regisseur kan ik de bezoekers iets laten ervaren en leren over zichzelf, over de wijze waarop iemand kijkt en hoe iemand zich gedraagt. En over de wijze waarop ons gedrag en onze perceptie via ruimtelijke ingrepen en ensceneringen te beïnvloeden is. De kamer heeft eerder in het Guggenheim in New York en in het Oostenrijkse Kunsthaus Bregenz een plaatsje veroverd. Mensen die de kamer ervaren hebben spreken over de een fantastische ervaring, over iets wat nergens anders mee vergeleken kan worden.

 

Heeft de kamer al een volgende bestemming?

Het is nog niet officieel, maar het ziet ernaar uit dat hij een permanent huis in Frankrijk krijgt, in Aix en Provence. In het hotel van een verzamelaar die architectuur en kunst verzamelt. Bovendien wil Sjarel Ex, directeur van het Boijmans, de toren van het Van der Steurgebouw op den duur uitrusten met twee permanente ‘Revolving Hotel Rooms’.

 

Dit interview is verschenen in <H>ART, nr.63. 03-03-2010. blz. 3.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Leave a Reply

Your email address will not be published.

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>