Suggestieve poëzie

De vrijzinnige idealen van de verlichting worden veelvuldig misbruikt om gruwelijke misdaden tegen de mensen te begaan. William Kentridge laat het ons nogmaals zien aan de hand van zijn mechanische theaterstuk ‘Black Box/Chambre Noire’, nu voor het eerst in Nederland te zien in het Joods Historisch Museum in Amsterdam.

William Kentridge, Installatiefoto Black Box/Chambre Noire, miniatuurtheater (detail). Foto: John Hodgkiss. Deutsche Guggenheim, © William Kentridge

William Kentridge, Installatiefoto Black Box/Chambre Noire, miniatuurtheater (detail). Foto: John Hodgkiss. Deutsche Guggenheim, © William Kentridge

Film maken in het stenen tijdperk, zo heeft William Kentridge zijn werkwijze ook wel eens gekarakteriseerd. Door kleine toevoegingen in zijn houtskooltekening aan te brengen en deze vervolgens te fotograferen komt zijn animatie tot leven. De weggegumde delen blijven als vage vlekken zichtbaar, als sporen van een vervlogen geschiedenis. In de eerste negen films, die hij vanaf 1989 opneemt, speelt een oudere man genaamd Soho Eckstein -een personage gebaseerd op Kentridges grootvader- de hoofdrol. Een wat dikke, in streepjeskostuum gestoken, fabrieksdirecteur die het contact met de werkvloer, oftewel zijn zwarte arbeiders, al lang is kwijtgeraakt. Fysiek gezien vertoont hij veel gelijkenis met Kentridge zelf. De bekendste in deze serie is het prachtige ‘Stereoscope’ uit 1999, waarin de man uiteindelijk ten onder lijkt te gaan in een fel blauwe plas water.

Kentridge (Johannesburg, 1955) groeide als Joodse Zuid-Afrikaan op in een omgeving waarin politiek engagement een grote rol moet hebben gespeeld. Zijn grootvader was parlementslid, zijn grootmoeder de eerste vrouwelijke rechtbankadvocaat. De kromheid en de corruptie van de Zuid-Afrikaanse maatschappij heeft hij dus van heel dichtbij mogen aanschouwen. Maar of het altijd direct verwrongen zit in zijn werk is een gevaarlijke aanname. In een recent interview met De Volkskrant relativeerde hij nuchter: ‘Ik vind het wat overdreven om mijn tekeningen politiek te noemen. Iedereen herkent er wat van zijn gading in. Maar die herkenning komt doorgaans overeen met wat ze zelf vinden.’

Trauerarbeit, een term die ooit door Sigmund Freud in het leven werd geroepen, verwijst naar de overtuiging dat traumas alleen echt worden verwerkt als ze nogmaals worden ‘herbeleefd’. In dit geval in de vorm van een 22 minuten durend miniatuurtheater. Een klein geanimeerd lampje treed als eerste ten tonele en kondigt het aan met een gekunsteld stukje papier. De sombere pianoklanken -een compositie waarin fragmenten uit Mozarts Zauberflöte en Namibische muziek zijn verwerkt- en de verwijzingen naar onrecht, moord en doodslag nemen al snel de overhand in dit pikzwarte stukje vakmanschap.

Als uitgangspunt voor zijn ‘Black Box/Chambre Noire’ koos Kentridge de massamoord op de Herero stam in Zuid-West Afrika die plaatsvond in 1904, door de Verenigde Naties aangemerkt als de ee